Casemodding

Casemodding staat voor het modificeren van je kast. En dat is nou precies wat we willen doen . Bij modificeren moet je denken aan blowholes maken, windows in de zijkant van je kast maken en bijvoorbeeld je kast van een ander kleurtje voorzien..

Kast spuiten

Even wat adviezen voor schilderwerk / spuitwerk op cases / kunststofdelen:
Voor het aanbrengen van verflagen de te behandelen ondergrond opschuren met waterproof schuurpapier 280 of hoger. Vermijd nat schuren, deze methode schuurt zeer intens waardoor je ongemerkt door de bestaande verflaag heen schuurt. Let ook op dat je een eventueel aanwezig reliëf in de bestaande laag plaatselijk wegschuurd waardoor je gladde plekken krijgt. Gebruik in dit geval schuurmatjes van 3M verkijgbaar bij de betere doe het zelf zaak.

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt is schuren bedoeld om het oppervlak te ruwen. De ontstane schuurkrasjes (zeer fijn) vergroten het oppervlak waardoor de primer beter hecht.

Vervolgens stofvrij maken en grondig ontvetten met een oplosmiddel of verdunde ammonia. Pas op met thinner want je weekt hier plastics en sommige verflagen mee op.
Anderszijds kun je met dit soort agressieve oplosmiddelen ook bewust kunstof mee opweken om juist de hechting van de primer erop te verbeteren.

Na het opdrogen van de reinigings middelen kun je met een kleefdoekje het oppervlak stofvrij maken. Indien je geen kleefdoekje bij de hand hebt mag je het ook met je (grondig gewassen) handen doen, je voelt de stof aan je handen kleven!

Uiteraard heb je de onderdelen die je niet wilt spuiten/verven zoals ledjes e.d. afgeplakt. Plak ook openingen aan de binnenzijde af indien je je kast niet hebt leeggehaald.

Breng op alle te spuiten onderdelen een DUNNE laag primer aan. Deze primer dient multifunctioneel te zijn, dat wil zeggen geschikt voor kunstof en andere ondergronden.

De reden is simpel: Kasten zijn reeds voorzien van een verflaag. Deze door de fabrikant aangebrachte verven zijn van het type epoxy/pur/alkyd of acrylaat. In gedroogde vorm vertonen al deze verven de eigenschappen van een kunstof wat ze in feite ook zijn (geworden na droging). De eventuele kale delen van de kast worden door het mutltifunctionele karakter van de primer ook goed behandeld.

Wat de DUNNE laag betreft: Primers hebben maar een functie: Hechten. En natuurlijk als goede ondergrond fungeren voor de overige lagen. Primers zijn star en weinig elastisch, dunne lagen werken beter als dikke lagen.

Na droging kun je met een stukje gebruikt schuurpapier (is fijner) de eventueel aanwezige stofjes uit de primer schuren.

Weer met gereinigde handen of een stofdoekje stofvrij maken en de afwerklaag aanbrengen. Doe dit in dunne lagen, kruislings aangebracht. Laat je niet verleiden direct een glad en strak resultaat te bereiken in één laag want de spuitverven hebben een lage viscositeit waardoor ze snel 'zakken' of 'lopen'. Geduld is een schone zaak!

In het geval van een normale kleur (niet metallic) is dit het eindresultaat. Overspuiten met een blanke lak is alleen noodzakelijk indien je een betere krasvastheid wilt bereiken.

In het geval van een metallic kleur is het NOODZAKELIJK dat je een blanke lak aanbrengt ter bescherming van de metallic. De samenstelling van een metallic is zodanig dat de metaalpigmenten die zorgen voor het metallic effect naar boven drijven. Deze zijn zeer kwetsbaar en laten zeker na verloop van tijd af. Ook is het niet ondenkbaar dat de gebruikte metaaloxydes gaan oxyderen, wat kleurverandering tot gevolg heeft.

Pas aangebrachte en nog niet van blanke lak voorziene metallics zien er niet mooi uit en zijn vrij mat.

Pas na het aanbrengen van de blanke lak ontstaat het eindresultaat wat je graag wilt zien. breng ook deze kruislings in dunne lagen aan. Wacht niet langer dan twee minuten met elke volgende laag. mits dun genoeg kun je de tussentijden korter houden.

Spuitbusverven drogen zeer snel. Het 'doordrogen' duurt echter wel een paar uurtjes. Denk niet nadat je even gevoeld hebt: ik kan hem wel even weer in elkaar monteren. De schijnbaar droge lak is nog zeer kwetsbaar voor krassen en 'vingerafdrukken'.

Ik heb recentelijk nog het frontje gespoten van mijn mobieltje (metallic) Deze kan ook na maanden van normaal gebruik nog zo de winkel weer in als special, ziet er nog heel mooi uit en is zeer goed bestand tegen krassen en stoten.

Nog even een opmerking over de verschillende typen verf in spuitbussen: Let erop dat de primer, voor en aflak elkaar verdragen. Een agressieve soort als bijvoorbeeld celluloses (met als oplosmiddel een thinner-achtige) lossen makkelijk eerder aangebrachte acrylaten of alkyds op. Andersom geeft het uiteraard geen problemen, mits de bestaande laklaag op je kast geen problemen geeft, lees: geen acrylaat of alkyd is.

PUR en Epoxy gebaseerde spuitbussen bestaan niet daar dit vrijwel altijd producten zijn die opgebouwd zijn uit twee componenten die gemengd moeten worden voor gebruik.

Beter is het om de gehele lijn aan primer, kleur en blanke lak van hetzelfde type te kiezen. De betere verf en behangspecialist beschikt over een ruim assortiment in soorten en kleuren van Motip en kan je in het gebruik goed adviseren.

Extra fans plaatsen

Ten eerste kun je een cooler in het daarvoor bedoelde rekje zetten. Deze zit meestal standaard in een kast, om precies te zijn voorin onderin. Je kunt deze fan aansluiten op een molex connector van de voeding. Een molex connector is een wittig blokje waarin 4 pinnetjes (male molex) of 4 gleufjes (female molex) zitten. De rode draad van de fan op de rode draad van de voeding de zwarte draad van de fan op de zwarte draad van de voeding geeft 5v. De rode draad van de fan op de gele draad van de voeding de zwarte draad van de fan op de zwarte draad van de voeding heeft 12v. Vanzelfsprekend produceert de fan meer geluid en CFM (cubic feet per minute) op een stroomsterkte van 12v dan een op 5v.
Zorg er tevens voor dat er meer fans naar buiten de kast blazen dan dat er naar binnen de kast blazen. Meer fans die naar binnen blazen dan naar buiten zorgt er namelijk voor dat er overdruk ontstaat, wat theoretisch de temperatuur laat stijgen t.o.v. onderdruk.

Ten tweede kun je zogenaamde blowholes maken.

 

Blowholes en windows maken

Blowholes

Ikzelf heb m'n blowholes gemaakt met een Dremel. Dit stukje apparaat is ondertussen geen onbekende meer voor menig case-modder, en dat is terecht. In combinatie met de met glasvezel versterkte slijpschijfjes kan je héél mooie resultaten bereiken.

Mijn werkwijze:

Meten, meten, meten en nog eens meten. Want als er een gat gemaakt is zit je definitief met een gat in je kast, niks meer aan te veranderen. Dus wees 100% zeker van de locatie van de gaten. Pas eventueel eens of de fans niet in de weg zitten door zo op hun plaats vast te tapen (zo kwam ik erachter dat ik onmogelijk een 12CM fan recht boven m'n cpu kon bouwen, m'n GFD zit namelijk in de weg).

Als je zeker bent van de locatie en de afmetingen van het gat kan je beginnen met de definitieve markeringen aan te brengen. Het middeltje bij uitstek is uiteraard een ordinaire passer. Eens je je middelpunt hebt bepaald kan je dat best overplakken met enkele laagjes doorzichtig plakband, zo schuift je passerpunt niet weg. Voor propere afwerking maak je je circel net iets kleiner dan de fan zelf, dan zie je de lelijke randjes van de fan niet. 12 = 11.6, 8 = 7.6 (dus ongeveer 4 mm kleiner).

Het slijpen zelf met de Dremel ging bij mij het snelst op stand 3. (ik heb al heel wat gaten gemaakt en als je trager gaat haal je niet genoeg metaal weg en als je sneller gaat zie je je schijfje verdwijnen als sneeuw voor de zon.) Leg je Dremel zo vlak mogelijk om een zo mooi mogelijk resultaat te bekomen. Probeer NIET om in 1 keer door het metaal te slijpen, ga daarentegen rustig de contouren af van je cirkel. Na enkele rondjes zit je al aardig diep, en als grote voordeel heb je dat de diameter van je slijpschijfje is afgenomen op het moment dat je daadwerkelijk DOOR het metaal moet slijpen. Door de echte perforatie van het metaal te doen met een kleinere diameter krijg je véél zuiverdere randen. Mijn 2 12 cm gaten zijn nagenoeg perfect zonder enige vorm van bijvijlen. Om een mooie cirkel te krijgen i.p.v. een veelhoek (dus een reeks van rechte stukjes die een cirkel benaderen) volg je best deze procedure. Neem de Dremel in je rechterhand met je vingers, exclusief je duim. Nu balanceer je het gewicht van de Dremel op je pols waarbij de Dremel dus zo goed als parallel loopt met het te bewerken materiaal. Plaats je duim vlak op het metaal. Door je vingers nu naar je duim te brengen laat je de Dremel een mooie schuine beweging maken. Nu kan je de hoek van je draaiing beïnvloeden door de Dremel dichter of verdeer van de slijpschijf vast te pakken. Hoe dichter bij , hoe scherper, hoe verder hoe "botter" .

Voila, een perfecte blowhole. Om de kartels af te werken heb ik ondervonden dat je beter niet werkt met slijpsteentjes maar gewoon met de slijpschijfjes zelf, dit gaat véél sneller en veel gemakkelijker. JE moet natuurlijk wel opletten dat het niet TE snel gaat, anders is je perfecte blowhole veranderd in een "Q".

Gaten voor fingerguards in metaal

De gaatjes die je moet maken zijn 4mm in doorsnede. Maar om meteen met een 4mm boor te werk te gaan is nogal riskant. Als je geen kolomboor kan gebruiken is de kans héél groot dat het verkeerd loopt (ik spreek dus idd uit ervaring). Voor alle duidelijkheid, maak de gaatjes voor het bevestigen van ventilatoren NADAT je het blowhole zelf al hebt gemaakt. Zo kan je eventueel ovaal uitgevallen gaten beter verstoppen door de fingerguard mooi centraal te plaatsen. Zo kan je best wel grote fouten maskeren. Bij het plaatsen van de merktekens voor het boren is het nog belangrijker om goed te meten dan met al het ander hak en zaagwerk, immers, valt je gaatje 2 mm verkeerd uit is het al totaal onbruikbaar en moet je het bijwerken tot een ovaal van 6*4mm en geloof me, dit is HééL lelijk. Nu goed als je de markeringen hebt aangebracht check je nog maar eens (zei ik al dat het belangrijk was om ZEKER te zijn?).

Als je 100% zeker bent van de locatie maak je een deukje met wat je ook maar in de buurt kan vinden (ikzelf heb dat héél subtiel gedaan met een bonsaischaartje en een hamer. Dat bonsai schaartje zou ik nu i.i.g. niet meer gebruiken voor het snoeien van bonsais, maar goed, het doel heiligt de middelen). Nu kan je boren met een klein boortje op een zo laag mogelijk toerental. Ondersteun je boor héél goed want zo'n fijn boortje is in 123 geplooid en dus totaal waardeloos. Daarna kan je met gemak z'n grotere broer erachter sturen. Gebruik dus altijd een zo laag mogelijk toerental en vergeet a.u.b. de "klop"-functie niet uit te schakelen. Aangeraden is ook om je boor te koelen, maar zelf heb ik hier weinig voor/na delen van ondervonden. Gewoon rustig, ongehaast doorwerken.

Windows met rechte hoeken

Hiervoor heb ik een wipzaag gebruikt (of hoe die krengen ook noemen, zo'n ding dat dus een klein zaagblad snel op en neer beweegt). Ook hier moet je dus eerst goed aftekenen waar je juist gaat zagen. Hierbij heb ik een dunne alcoholstift gebruikt omdat een potlood lijn al snel onzichtbaar word tussen metaaldeeltjes. Als dat naar behoren is gelukt moet je een begingaatje boren volgend de hierboven omschreven procedure. Standaard zaagbladen kan je gebruiken met een gaatje van 8mm (coole film btw). Eens dat je wipzaag geplaatst is kan je gaan met de banaan. Zelf deed ik dit op de absolute topsnelheid van m'n machine, dit ging gemakkelijk, maar je moet je zaagje GOED koelen of je bent de kartels al na 2 minuutjes kwijt. UITERAARD gebruik je zaagbladen die bedoeld zijn voor metaal en met een fijne rij tandjes. Let wel op, dit zagen gaat snel en is het mooist in een vlotte beweging, wees dus zeker dat je snoer niet gaat vast te komen zitten naar mate je verder zaagt.

Windows met ronde hoeken

Hier ga je net te werk zoals hierboven, met enkele kleine aanpassingen. Met een standaard zaagblad zijn cirkels van 12cm doorsnede NET te doen, met VEEL moeite. Als je dus afrondingen gebruikt, zorg dan dat ze ZEKER niet scherper draaien dan een 12 CM cirkel zou doen. Als ze dat wel doen, verwijs ik je naar een Dremel of speciale dunnere zaagbladen (4mm). De logica verteld mij dat cirkels tot 6cm doorsnede mogelijk zijn met die speciale zaagbladen, doch, dit heb ik niet getest. Let wel, IMO is 12CM-doorsnede-cirkel-achtige-bochten (volg je nog?) de absolute maximum en zelf af te raden.

Het snijden van blowholes in plastic

Dit is TOTAAL niet te vergelijken met het werken in metaal. Plastic heeft namelijk de neiging te smelten. Dit geeft veel geknoei en lelijke gaten. Ik maak dus een gat dat serieus wat kleiner is dan het resultaat dat ik voor ogen heb. Knoeien kan dus weinig kwaad. Daarna is het plastic gemakkelijk bij te werken met een ouderwetse vijl. Dit gaat héél snel en gemakkelijk. De ultieme afwerking doe je dan uiteraard met schuurpapier.

Verf verwijderen

Ik maak hierbij gebruik van een prehistorische schuurmachine die je kunt "laden" met stukken ordinair schuurpapier. (1/4 van aan A4, hmmm, A6 dus). Ik gebruik de term schuurpapier, maar met schuurlinnen (ja, zo noemt het) gaat het héél wat sneller. Dit schuurlinnen is net hetzelfde als schuurpapier, maar dan steviger en ruwer.

Voor de randen maak je best gebruik van een schuursponsje.

 

 

De Airflow

Laten we het eens over de airflow hebben. Om je te laten zien wat nou goed en wat nou fout zijn zie je hierboven 4 plaatjes staan. De eerste 2 zijn voorbeelden waarin de fans verkeerd geplaatst zijn. De nummers 3 en 4 zijn voorbeelden waar de fans wél juist geplaatst zijn.

1. Zoals je op de tekening kan zien blazen beide fans naar binnen wat voor overdruk zorgt. Bij overdruk is het theoretisch gezien zo dat de temperatuur hoger is.
2. Hier kun je zien dat de linker fan naar binnen blaast en de fan rechtsonder naar buiten. Eigenlijk is dit dus in precies de tegenovergestelde richting als dat warme lucht zich beweegt. Het is namelijk zo dat warme lucht stijgt, en koude lucht laag bij de grond blijft. Hier blaast met koude lucht bovenin naar binnen, waardoor de warm geworden lucht eigenlijk gezegd beneden weg moet, wat dus niet gaat.
3. Dit is een goed voorbeeld van een goede opstelling van de fans. De fan rechtsonder zuigt koude lucht aan van laag bij de grond en blaast die de kast binnen. De inmiddels warm geworden lucht stijgt op en wordt door de fan linksboven weggezogen uit de kast. Zo is er een positieve luchtstroom.
4. Eigenlijk het zelfde verhaal als bij plaatje nummer 3. Zij het dat hier de fan bovenop de case de warme lucht naar buiten blaast, wat dus ook een optie is.

 

De LED FAQ

De basis voor het aansluiten van een LED, wat kan er wel en wat niet?


Een led heeft over het algemeen een korte en een lange poot. De korte poot is de cathode (-), de lange de anode (+). Een LED is eigenlijk een enorm stevig dingetje, hij gaat enorm lang mee en snel achterelkaar in en uitschakelen vindt hij absoluut niet erg. Het enige waar hij niet tegen kan is een te hoge stroom. Een LED werkt alleen maar als je de cathode op de min aansluit, en de anode op de plus. Andersom zal de LED niet gaan werken, omdat het eigenlijk een diode is die licht uitstraalt als er stroom doorheen loopt (LED betekend Light Emitting Diode). En de functie van een diode is stroom wel van A naar B te laten lopen, maar niet van B naar A (dit heet sperren). Dat de LED niet werkt wil niet zeggen dat hij niet stuk kan op dat moment. Een led heeft namelijk ook een maximale sperspanning; ga je daar overheen, dan zal je LED stukgaan (meestal verandert hij voor een halve seconde in een flitslampje, en verbrandt. een LED die explodeert komt ontzettend weinig voor). Als de LED op de goede manier aangesloten is, kan de LED een te hoge spanning wel overleven; mits het maar van korte duur is. Als je teveel spanning op een LED zet zie je dat snel genoeg, omdat hij dan verkleurt en heet wordt.

Hoe regel ik de stroom door de LED?

De stroom door de LED regel je met een weerstand. Het is belangrijk dat je altijd een voorschakelweerstand plaatst, op twee uitzonderingen na. De eerste is het vervangen van de case- of drive-LED's. Op je moederbord en in de drives zijn de bewuste voorschakelweerstanden al aanwezig, en is het dus niet nodig om de stroom nogmaals te begrenzen.
De tweede is in het geval van een LED-met-ingebouwde-voorschakelweerstand. Siemens, Lite-on en Hewlett Packard hebben dergelijke LED's in het pakket; deze zijn alleen niet algemeen verkrijgbaar. Ook zijn er gewone LED's in de handel met een weerstandje, samengevat in een behuizing met draadaansluitingen. Deze zijn algemeen verkrijgbaar en werken meestal op 12V.

Hoe bereken ik de weerstandswaarde?


Hiervoor moet je de spanning die over de weerstand moet komen te staan en de stroom door de LED weten. De spanning over de weerstand kom je te weten door de spanning die over de LED valt, af te halen van de totale spanning die over de schakeling moet komen te staan. Als je deze 2 gegevens hebt kunnen we gaan rekenen. We maken gebruik van de Wet van Ohm: U=I*R .
Laten we ervan uitgaan dat er 1,7 volt over de LED moet komen te staan en de LED 15 milliampère opneemt. We willen 1 LED op 5 volt aan gaan sluiten.
Over de weerstand komt een spanning van (5-1,7) 3,3 volt te staan en er gaat 15 milliampère door de LED heen. Dit vullen we in de formule:
U = 3,3 volt
I = 15 milliampère
R = U/I = 3,3/0,015 = 220

Er zal dus een weerstand voor de LED geschakeld moeten worden van 220 Ohm.

LED's parallel of in Serie:


Parallelschakeling van LED's is niet altijd aan te raden. Omdat er altijd kleine verschillen zijn in de productie (fouttoleranties en dergelijke) zullen je LED's in sommige gevallen niet allemaal even fel branden bijvoorbeeld.
Als de situatie het toelaat, is het altijd verstandiger om voor elke LED een eigen weerstandje te pakken.
Serieschakeling is geen probleem, zolang je maar je voorschakelweerstand in de gaten houdt

Waarom heb ik altijd een weerstand nodig in mijn schakeling?


Dit komt omdat LED's stroomgestuurd zijn. Een LED zal een bepaalde hoeveelheid stroom opnemen, wat een bepaalde spanningsval veroorzaakt. Dit komt omdat een LED een bepaalde interne weerstand heeft. Echter, zodra een led gaat branden zal hij warmer worden met als gevolg dat de interne weerstand minder wordt, waardoor hij meer stroom doorlaat, dus feller gaat branden, dus een lagere weerstand heeft, en dus kapot gaat.
Als je geen stroombegrenzingsweerstand opneemt omdat je bronspanning bijvoorbeeld op 1,7V is afgeregeld, bestaat de kans dat de LED zich gaat gedragen als zenerdiode; hierdoor neemt de stroom exponentieel toe en gaat je LEDje alsnog kapot.

Woei, wat brandt dat fel, kan ik daar wat aan doen?


Je kan de hoeveelheid licht die een LED geeft een beetje regelen door de stroom door de led te regelen. Vaak is er een minimale stroom waarbij de LED nog licht geeft. Dit bereik je door er een weerstand met een iets hogere weerstandswaarde voor te zetten.
Over het algemeen volstaat een stroom van 10mA voor een LED. Met die stroom brandt het ding fel genoeg en je loopt geen risico hem op te blazen. De meeste LED's kunnen tot 20mA hebben; informeer voor de zekerheid even bij de winkel waar je ze koopt wat de maximum stroom mag zijn, of kijk op internet voor een datasheet.

Kleurcodes van weerstanden:

Van kleur naar weerstand
http://library.thinkquest.org/10784/resistor_color_coding.html
Online berekening
En voor de niet kabelaars / adslers onder ons:
Downloaden

 

2 Voedingen in 1 systeem

De waterkoeling specialist Herman van waterkoeling.nl had hiervoor een mooi stukje tekst op zijn site staan.
Herman, bedankt dat we dit mochten gebruiken

Het verhaal is hier te vinden: http://www.waterkoeling.nl/index.php?artikel=12

Een baybus/fanbus maken

Dat is een beetje moeilijk om dit zo uit te leggen. Ik zou zeggen, kijk eens op Virtual-Hideout, want daar staan meerdere schemas en how-to's. Ook op http://www.fanbus.com zijn schemas te vinden die je een handje op weg kunnen helpen. De search van het GOT forum kan eveneens uitkomst bieden, dergelijke topics zijn namelijk al vaak langsgekomen. Kom je er niet uit, mag je het altijd aan ons vragen.

 

Bron: Gathering of tweakers